
"Ik weet het niet precies, maar het klopt gewoon niet."
"Ik weet het niet precies, maar het klopt gewoon niet."
Die zin heeft al levens gered.
Het niet-pluis gevoel is 1 van de krachtigste instrumenten in de huisartsenzorg. En tegelijkertijd het meest onderschatte.
Want wat doe je ermee als je het niet kunt bewijzen?
In veel praktijken speelt dit dagelijks:
De patiënt zegt dat het wel meevalt, maar jij gelooft het niet.
De klachten passen nergens bij, maar je kunt er je vinger niet op leggen.
Alles wijst op niets ernstigs, maar toch bel je nog even terug.
Het consult is klaar, maar je blijft er de rest van de dag aan denken.
Dat gevoel heeft een naam. En het verdient serieuze aandacht.
De zorg is de afgelopen jaren steeds meer ingericht op protocollen, meetbare uitkomsten en evidence-based werken.
Dat is goed. Maar in die beweging is er iets stils verdwenen: de ruimte voor intuïtie.
Terwijl onderzoek keer op keer laat zien dat een ervaren doktersassistente of huisarts die zegt: "dit klopt niet” vaker gelijk heeft dan de score op een triage-formulier.
Het niet-pluis gevoel ís evidence. Alleen moeilijk in een vakje te zetten.
Wat helpt in de praktijk:
- Benoem het hardop. "Ik heb een niet-pluis gevoel bij deze patiënt." Dat alleen al zet iets in beweging.
- Maak het bespreekbaar in het team. Niet als zwakte, maar als klinisch signaal.
- Geef het een plek in je overdracht. Zodat de volgende collega weet: hou dit in de gaten.
- Vertrouw erop. Niet blindelings, maar genoeg om een veiligheidsnet te zetten.
Het niet-pluis gevoel beschermt niet alleen de patiënt. Het beschermt ook jou.
Hoe gaan jullie in de praktijk om met het niet-pluis gevoel?
Wordt het serieus genomen, of verdwijnt het te vaak in de drukte van de dag?
Groetjes, Vinaij
PS: Bekijk direct wat jouw collega's in het huisartsenvak hebben geantwoord via de volgende link: https://www.linkedin.com/in/vinaijsewradj/






